Berichten

paaslunch

Paaslunch bij mijn oom Hans en tante Lieke. Het was met net zoveel gezelligheid als eten. Op een gegeven moment zat ik wat uit te buiken op de bank, en vroeg mij af of wat ik zag een lade was. Het was een lade. In de lade lag een afstandsbediening. Het is niet dat ik voor het eerst een afstandsbediening zag, maar… het was wel voor het eerst dat ik er een zag in dit formaat.

'Het is een universele afstandsbediening, maar er zitten geen batterijen in', zei oom Hans. Dat leek me ook niet nodig. Met dit ding kun je zelfs zonder je arm uit te strekken alle knoppen in huis bedienen. Met een beetje handigheid krijg je zelfs de voordeur van het slot.

Ik hoefde niet heel diep na te denken waar ik iets van deze grootte eerder heb gezien. Het was in Havelte. Militairen waren daar aan het oefenen met een brugleggende tank.

kaartlezeres

Al een tijdje was ik op zoek naar m'n favoriete kaartlezeres met daarin nog een geheugenkaartje. Al weken had ik haar niet meer gezien. Steeds gaf ik het zoeken op omdat ik afgeleid werd door dingen waarvan ik me er nu geen een meer kan herinneren. Vanmorgen was ik het zat. Ik wilde haar terug en zette een serieuze expeditie op touw. Zonder resultaat. Ik kon haar nergens vinden. Verdampt.

Ik legde me erbij neer dat ik haar de vorige keer ergens vergeten moest zijn. Voor de zekerheid vroeg ik het nog even aan Mariska. Er verscheen een veelbetekenende frons op haar gezicht, noemde wat plaatsen die ik al had uitgekamd, en… zei me tenslotte dat ze het ook niet wist.

Op dat moment kwam 'hij-die-alles-hoort' (Han) de keuken binnen: 'Heej! Ik heb wel eens wat wits onder de bank zien liggen wat van jou is, papa!' Tijdens zijn laatste woorden was hij al onderweg naar de bank. Hij ging daar plat op z'n buik liggen en trok na wat gegraai mijn favoriete kaartlezeres eronder vandaan.

strafregels

Omdat er mensen van tegengestelde richting kwamen, blokkeerden ze me de doorgang en moest ik even wachten. Het was daarom dat ik meebeleefde dat één van de drie dames een grote schoenendoos openhield en de twee anderen vroeg: 'Zijn dit hoerenlaarzen?'

Ik dacht dat ik mezelf verbeet, maar hoorde me vragen: 'Zijn het jouw laarzen?' -'Ja', antwoordde ze verbouwereerd. 'Ben jij een hoer?', vroeg ik onmiddellijk na haar antwoord. Haar gezicht vertrok naar iets dat het midden hield tussen vijandig en verbaasd. 'Nee', antwoordde ze. Aan haar stem was te horen dat ze in de gaten had waar ik naartoe wilde. 'Dan zijn het dus geen hoerenlaarzen!', concludeerde ik hardop terwijl ik me weer in beweging zette. Achter me hoorde ik haar en een van de andere dames lachen. De derde vond mijn tussenkomst maar niks.

Dus die derde dame vind ik stom. Aan haar laarzen was ook duidelijk te zien hoe ze haar geld verdient.

🙂

Yinthe

Sinds vandaag is Yinthe (Far Mill's Blue Moon) bij ons!

De foto hiernaast is van woensdag 20 maart.

knoeien (II)

Ben presteerde het wéér 43 om bij het ontbijt z'n drinken om te gooien. Er lag toevallig een vaatdoek op de tafel, en terwijl ik Ben in hoofdletters toesprak veegde ik de knoeiboel direct op.

Toen ik mopperend terugliep naar de keuken om het doekje uit te spoelen wees Han mij terecht: 'Hé papa! Nu hebben we helemaal niet gekeken wat Ben geknoeid had!'

 

Sally

Het gedoe met hond Sally maakt me verdrietig. We weten nog niet goed wat ze heeft, maar heel best gaat het nog niet. Als ik erbij nadenk wat met Sally begonnen is…

In de eerste plaats gaf ze Mariska een duw in de goede richting na haar buitenbaarmoederlijke zwangerschap. En daarna nog eens na het overlijden van Happy. De cursussen met Sally hebben, in een tijd dat we nooit meer dachten vrienden te willen, geleid tot nieuwe vriendschappen. Via de behendigheidswedstrijden naar mijn fotografie, en van mijn fotografie naar mijn inmiddels aan heel Haakswold wereldberoemde websites.

Het is gemakkelijk om het allemaal heel dramatisch te maken. Het is vooral indrukwekkend omdat het team Mariska en Bernard in zo'n korte tijd zulke stappen heeft gemaakt. Met Sally als aanjager.

Ik geloof niet dat ze met die bedoeling bij ons is gekomen; daar ben ik heel veel te nuchter voor. Alsof je zoiets moet geloven om te mogen of zelfs kunnen genieten. Onzin. Vind ik.

En mocht ik me hierin tòch vergissen, dan is het goede nieuws dat 'heel veel houden van' van een afstandje al gauw wat op bidden lijkt. 😉

Knoeien (I)

Han, Ben en ik zitten aan de ontbijttafel. De mannen eten hun broodje, en ik snij een foto uit 1936 bij voor mijn dagboek. Op die foto staat het ouderlijk huis van Mariska. Han en Ben vragen mij wat voor te lezen uit mijn dagboek.

Terwijl ik voorlees spelen ze wat met de snijmachine en de restanten van de foto, en in die strijd gaat het drinken van Ben over de tafel. Voor mij vaak een reden om in hoofdletters te gaan praten, maar… Han ziet mijn geduld en merkt op: “Ben heeft een vis geknoeid!”.

Tussen het knoeien en het pakken van de camera (kaartje zoek, batterijen leeg) is de vis wat uitgelopen tot Moby Dick, maar mocht Han ooit nog een Rorschachtest moeten doen, dan maak ik mij alvast geen zorgen.

Vergeetachtigheid

Wat afwezig liep ik van de trap naar de slaapkamer. M’n broekspijpen schraapten over de vloerbedekking, en mijn hakken stommelden op de vloer. Dat geluid kende ik van vroeger: Als ik voor straf op mijn kamer zat en mijn vader kwam naar me toe om het uit te praten, dan kondigde zich dat zo aan. Ik stelde vast dat ik de tred van mijn vader heb, en dat ergerde me. Vaak vind ik het aardig dat hij van zich laat merken, maar op dat moment vond ik dat niet.

Ik liep onze slaapkamer in en ik was inmiddels vergeten wat ik daar wilde doen (dat heb ik dan weer van m’n moeder). Zonder m’n best gedaan te hebben om te herinneren liep ik weer naar beneden. Ik plofte op de bank om in mijn dagboek te schrijven, en toen wist ik het weer: mijn dagboek lag op mijn nachtkastje.

Weer onderweg naar boven verzon ik de grap over het herinneringsvermogen van mijn moeder, en weer beneden op de bank schrijf ik deze regels. Regels die door de tred van mij en mijn vader een compleet andere inhoud hebben gekregen dan de bedoeling was. Dat besef heeft inmiddels mijn ergernis opgelost.

Maar wat ik nou aanvankelijk toch wilde schrijven..?

Verdwaald

Mariska was naar de hondenschool, en ik zou Han en Ben horizontaliseren. Ik had drinken voor de mannen ingeschonken, en we zaten met z’n drieën aan de eettafel.

Papa?
-Ja kerel?
Kun jij dat liedje van Cars ook opzoeken op YouTube?

Ik moet bekennen; ik ben niet altijd even toeschietelijk als Han mij iets vraagt op dit tijdstip. Maar nu had hij mijn aandacht. Razendsnel probeerde ik me voor de geest te halen welk liedje hij zou kunnen bedoelen. Ik kon me geen kinder-achtige liedjes herinneren.

-Welk liedje bedoel je?
Dat ene!

YouTube dus. Samen op zoek naar het liedje. We vonden het snel: ‘Find Yourself’ van Brad Paisley.


Ik zette het aan, en toen het afgelopen was moest het opnieuw.

-Waarom vind je dit zo’n mooi liedje?
Omdat het zo mooi bij de plaatjes past!

-In de film, bedoel je? Want hier zijn geen plaatjes.
(afwezig) Ja, in de film bedoel ik. Dat vind ik zo mooi.

Je hebt gelijk kerel, het is heel mooi. En eigenlijk is het nog veel mooier, want die meneer zingt héél mooie dingen.

Maar Han hoorde mij niet; hij was alweer diep verzonken in het liedje dat gaat over hoe goed het kan zijn om af en toe flink verdwaald te zijn.

Ik zal hem nog wel eens vertellen waar het over gaat.

Aardappelvrouwtje

Uit haar mond kwam plat Amsterdams, vervormd door een verschrikkelijke aardappel in haar toch zeker zeventig jaar oude keel.

“Ik ga dan naar mijn zus en dan gaan we allerlei héle leuke dingen doen, heur. Dat doen wij vaker, begrijpt u wal?”

De conducteur knikte en typte op z’n zakcomputertje.

“Vaak een dagje met de trein en dan soms met een hele omweg en dan hebben we het héél gezellig, begrijpt u wal?”

De conducteur knikte en typte.

“En vaak gaan we ook wat bezichtigen want we houden erg van cultuur, begrijpt u wal?” De conducteur knikte nauwlijks en typte.

“En aan het eind van de dag gaan we altijd ergens wat eten, begrijpt u wal?”

De conducteur knikte niet en typte.

“Maar er zijn de laatste tijd zó veel werkzaamheden op àllerlei plèkken! Dat zal nodig zijn heur, zo met die koude. Maar als…”

-“Voor aankomende zaterdag zijn er geen werkzaamheden gepland tussen Utrecht en Woerden mevrouw!”, viel de conducteur haar in de rede. Na zijn antwoord liep hij abrupt door.

Vlak voor station Utrecht hield de trein halt. De conducteur riep om dat we nog heel even moesten wachten op een vrije plaats langs het perron. “Rijden met die hàndel!”, riep ze met veel overtuiging door de coupé. Een paar tellen later nog een keer: “Rijden met die hàndel!!” Na een minuut landden we op Utrecht Centraal. Omdat ik niet bij dezelfde deur als dit aardappelvrouwtje wilde uitstappen liep ik naar een paar balkons verderop.

Maar bij het eerste balkon trof ik een andere oude mevrouw. Ze had een hondje in haar armen, en een hondje aan een riem op de grond.

“Kun je misschien even deze riem vasthouden, want dit gaat niet goed. Ik kom een hand tekort”, kwam er met krachtige stem uit haar ongelukkige gezicht. -“Natuurlijk!”, reageerde ik wat verbaasd. Ik zag wat ze bedoelde. “Dit is een beste knoop voor iemand die een hand tekort komt!” Ze moest daar om lachen. Ik ontvlocht de riem, nam een riem van haar over, en zag hardop dat de Woef en Waf al behoorlijk op leeftijd zijn. Ze bevestigde dat en begon over ze te vertellen. Ze kwam niet ver: Het aardappelvrouwtje voegde zich samen met drie andere passagiers bij ons, en de hond die ik vasthad begon aan haar benen te snuffelen.

“Ruik je m’n poes?”, vroeg ze de hond. “Ruik je m’n poes?”, vroeg ze nog harder. “Die is al vier jaar dood heur!!”

“Goh!”, zei ik meer voor mezelf, en ik vocht tegen beelden waar een forensisch expert nog de bibbers van zou krijgen.

De deuren van de trein gingen open, Woef sprong voor me uit het perron op, en ik gaf de riem terug. “Voorzichtig bij de roltrappen; die zijn wat minder vriendelijk voor honden dan ik!” -“Ik weet het! Ik ga altijd met de lift. Je bent een schat!”, zei ze als afscheid. Deze mevrouw had het duidelijk wèl op een rijtje.

Ik klom via de roltrap naar boven, en stelde me voor hoe dingen zouden gaan als deze twee dames samen op stap waren. Het lukte me niet; mijn fantasie was even kapot.

speelgoedkast

Een speelgoedkast voor Han en Ben. Met honderd deurtjes. Achter ieder deurtje een speelgoedje. Tegen vragen als ‘mama, papa, waar is mijn brandweerauto?’

Er wordt bijgehouden hoeveel speelgoedjes uit de kast zijn gehaald. Als er tien stuks speelgoed uit de kast zijn gehaald kunnen alleen de deurtjes waarachter geen speelgoedje meer zit nog open. Tegen de rotzooi.

Een deurtje gaat open als je erop tikt, en vervolgens een knop links van de kast en een knop rechts van de kast tegelijkertijd indrukt. Dat kan alleen met z’n tweeën. Tegen de ruzie.

Ik zit nog wat in de ontwerpfase. Iemand nog ideeën?

 

 

top-2000 (II)

Nog even over de top-2000: Ik zie dat 'Avond' op nummer vijf staat. Het was even graven, want het is al een paar jaar geleden geschreven:

Regen klettert op het dak; het klinkt als een frituurpan. Knus! Ik lig in bed, maar in gedachten lig ik in een klein tentje, aan de rand van een bos. Het regent hard, en de wind huilt. Ik denk aan 'Avond' van Boudewijn de Groot. 'Laat buiten de stormwind nu maar razen in het donker, want binnen is het warm en licht en goed!', zingt hij in mijn hoofd. Ik vind het een goed idee van 'onze' Boudewijn.

We hebben dit liedje gedraaid op onze trouwdag, vlak voordat of vlak nadat we elkaar het ja-woord gaven. Als we het ooit een keer met elkaar eens zijn geweest, dan was het over de keuze van dit liedje. Want we keken hand in hand naar buiten en we zagen elkaars vuur van hoop en twijfel en we kenden elkaars diepste angst. En het enige dat we zeker wisten was dat alles voorbij ging. Dat besef gaf zelfs rust. Maar ook: we geloofden in ons.

Trouwen vertoont veel gelijkenissen met het opzetten van zo'n tentje dat in de stromende regen staat. Vind ik. De 'ja' van mij als de buitentent die het binnen droog houdt, en de 'ja' van Mariska als de binnentent die het binnen warm houdt. Maar het gaat verder: Bij storm zetten we een scheerlijntje bij; niks te vroeg, maar altijd voordat er wat kapot waait. Zo nu en dan horen we mensen erover struikelen omdat we soms een wat onvoorspelbare manier van scheerlijnen zetten hebben. Maar soms is het nu eenmaal belangrijker dat de boel blijft staan.

Ik fantaseer de onkwetsbaarheid van onze flinterdunne ja's en zie beide tentdoeken als scheiding tussen buiten en binnen, koud en warm, minder goed en goed. Maar ik zie ook dat ze soms de scheiding zijn tussen frisse lucht en de lucht van een volle wasmand.

Ik probeer antwoord te vinden op de vraag hoe onze tent er op dit moment eigenlijk bijstaat, maar dwaal af naar de tijd toen we haar opzette: aan papa Jan en aan schoonvader Hans; zij gingen vlak voordat we begonnen met opzetten. En ik denk aan opa Kuipers en aan 'tante' Bets. Zij gingen toen we net klaar waren met opzetten. Net als ons kleine hummeltje die tijdens ons trouwen in Mariska haar buik zat. Zij nam Mariska zelfs bijna mee. Maar ik denk ook aan Hans-Jan en Bernardus; zoon Han en zoon Ben. Zij kwamen toen alles al stond, en zorgden ervoor dat we weer de goede kant op wilden fantaseren.

Fantasie is mooi, en met het grootste gemak klus ik een werkelijkheid die het beste heeft van toen en nu. Dat moet ook wel, want 'zuiver' mijmeren over vroeger heeft nu eenmaal de consequentie dat je veel goeds van nu heel veel tekort doet. En daar is het niet voor bedoeld.

Het origineel gaat nog wat verder, maar… dat is voor een volgende keer.