Berichten

Houtkloverij

Vanmorgen waren het nog stammen, en nu is het 38 kuub gekloofd hout. Ben benieuwd of ik morgen nog veel praatjes heb. Of zin om op te staan…

 

Verstopping

Bijna een jaar niet gefotografeerd. Heel langzaam kom ik er weer wat in. ’t Is vooral het camoufleren dat tegenvalt.

Auw…

In Sotsji weten ze het: Als het sterretje niet op het juiste moment een rondje wordt, dan is dat pijnlijk.

 

Primark

Vier dagen cursus in Huizen gehad, en ik heb deze afgelopen vier dagen tijdens het zeven minuten wachten op Almere Centraal meer als (zo zeg je dat in Almere, viel mij op) zeventig papieren Primark-tassen geteld! Een vreemdeling zou met gemak kunnen concluderen dat de Primark een multicultureel centrum voor jongeren zonder piemel is.

Reclame Rabobank

Gisteren zag ik op het station een poster met Rabobank-reclame. Er stond: ‘Vandaag bankieren zoals morgen’. Ze hebben gelijk gekregen: Gisteren heb ik gebankierd zoals ik vandaag heb gedaan. Ik vind het *bijna* knap van ze!

Jan Steen (IV)

Vicky haar rupsbanden brengen haar overal… En wij vinden echt niet alles goed hoor! Als bewijs daarvan twee foto’s dat Vicky behoorlijk op haar mieter krijgt omdat ze weer op de tafel gereden is.

Zwolle, maandag 27 januari 2014

Op het perron stond een stevige wind. Het vroor. Ik zette m’n kraag op en liep met gebogen hoofd naar de Kiosk.

‘Goede morgen! Ik lust wel een cappuccino!’ zei ik tegen het meisje achter de balie. Het waren m’n eerste woorden die ochtend. Ze klonken minder vrolijk dan ik ze bedoelde. Het meisje pakte een beker uit een rijtje van vier, en gaf me die. ‘Ah! Je wist dat ik kwam!’ reageerde ik in een tweede poging om herinnerd te worden.

Haar glimlach was er een uit beleefdheid, en ik vervloekte mezelf dat ik weer eens vrolijkheid afdwong waar ze niet was. Ik rekende af, groette het meisje, en vond buiten een leeg bankje in de luwte. Ik installeerde me met m’n rugtas naast me, nam een slok koffie, en keek naar de mensen die voorbij liepen.

Het was druk. Veel brave burgers die op weg waren naar hun werk. Ik herinnerde me hoe ik vroeger op ditzelfde station me kon vergapen aan deze op het oog keurig maatschappelijk aangepaste mensen.

Zombies.

Ik zag toen ook wel in dat het onvermijdelijk was dat ik er zelf op enig moment tussen zou lopen. Dat inzicht heeft me nooit geholpen me ermee te verenigen. Ik zette m’n bekertje koffie op de grond, en draaide me naar m’n tas. Geen heldendaden vandaag, zei m’n rug.

Uit m’n tas pakte ik m’n schrijfblok en m’n pen, en schreef ik deze regels.