Berichten

WcDonalds

"Goede middag! Mag ik uw bestelling?"

-"Eh, ja – in ieder geval graag twee keer zo'n kindermenu-ding."

"Twee Happy Meal?"

-"Precies!"

(..)

"Meneer, u staat met uw fiets in de McDrive. U moet naar binnen voor uw bestelling."

-"Oh? Ik heb nog juist opgelet op de bordjes. Gaat toch goed zo?"

"De McDrive is alleen voor auto's, meneer. De sensor detecteert u niet, dus ik weet niet dat u er bent."

-"Ach! Maar ik ben er dus!"

"U moet voor uw bestelling naar de binnen, meneer."

-"Echt waar!? Waarom is dat dan?"

"Omdat ik u ook niet goed kan horen."

-"Dat lijkt me wat gezocht. Gaat dat nou echt beter als ik in een auto zit? Hoe gaat dat met een cabrio? Is het geluid van een draaiende motor nodig om mij verstaanbaar te maken? Kan ik niet even doorrijden naar het loket? Dat werkt 's avonds laat ook als ik lopend ben. Moet ik echt eerst mijn auto ophalen voordat ik via de McDrive mijn bestelling mag doen?"

Miss Donalds was niet te bepraten. Ondanks dat ik alle problemen die ze via de McPraatpaal op me afvuurde terplekke oploste, moest ik naar binnen om mijn bestelling te doen. Ook daar heb ik geprobeerd de reden te achterhalen, maar het is me niet gelukt. Gek. En jammer. Maar het is ook vermakelijk. Al zag ik dat pas in toen mijn maag vol was.

dag lieve Pluis! (II)

Gistermiddag hebben we de schat begraven, gisteravond hebben we het slaapliedje verlengd, en vanmorgen zijn de mannen naar school gegaan met ieder een vlecht van de manen van Pluis.

Daar waar het doodgaan van Pluis bij Mariska en mij als een donkere grondtoon de hele dag aanwezig is en vrolijkheid verjaagt wanneer ze zich aandient, knallen de mannen heen-en-weer tussen blijdschap en verdriet.

Het zal nog wel even zo blijven.

dag lieve Pluis! (I)

Vanmorgen om zes uur trok ik mijn jas aan om naar het station te gaan. Al door het raam van de bijkeukendeur zag ik dat Pluis in de kippenwei op de grond lag. Dood, dacht ik. Hoe dichter Mariska en ik bij de kippenwei kwamen, hoe zekerder we het wisten. Pluis is dood. De dierenarts zei gisteravond dat het deze nacht erop of eronder zou worden. Wij hoopten op erop, en gingen daar zelfs oprecht vanuit. Maar het werd eronder.

Pluis was eigenwijs. Geen afrastering hield hem binnen, en daarom liep hij waar hij wilde. Altijd in de buurt, en nooit in de weg. Dagelijks was hij goed voor een 'kijk-die-malle-Pluis-nou-toch-weer-eens'-opmerking. Hij was dikke vriendjes met alle kinderen die ooit met hem geprut hebben. En dat zijn er veel; de foto van 7 april vertelt dat terloops veel mooier dan ik dat kan. Van het gras dat hij at maakte hij liefheid en zelfs de stront die overbleef was aaibaar. Natuurlijk overdrijf ik, maar het is maar weinig. Pluis was goud waar haar uit groeide: onbetaalbaar en lekker zacht.

Nu ik dat zo schrijf herinner ik me dat meneer Zoer senior hier vorig jaar op de stoep stond om Pluisje te kopen voor z'n kleinkinderen. Hij heeft z'n kaartje achtergelaten voor het geval we ons mochten bedenken. Dat hebben we natuurlijk niet gedaan. Pluis hoort bij ons.

Mocht iemand over honderd jaar een schep in de grond steken omdat het gerucht gaat dat 'hier goud in de grond zit', dan is dat gerucht waar.

Maar het is te laat om nog rijk van te worden.

paaslunch

Paaslunch bij mijn oom Hans en tante Lieke. Het was met net zoveel gezelligheid als eten. Op een gegeven moment zat ik wat uit te buiken op de bank, en vroeg mij af of wat ik zag een lade was. Het was een lade. In de lade lag een afstandsbediening. Het is niet dat ik voor het eerst een afstandsbediening zag, maar… het was wel voor het eerst dat ik er een zag in dit formaat.

'Het is een universele afstandsbediening, maar er zitten geen batterijen in', zei oom Hans. Dat leek me ook niet nodig. Met dit ding kun je zelfs zonder je arm uit te strekken alle knoppen in huis bedienen. Met een beetje handigheid krijg je zelfs de voordeur van het slot.

Ik hoefde niet heel diep na te denken waar ik iets van deze grootte eerder heb gezien. Het was in Havelte. Militairen waren daar aan het oefenen met een brugleggende tank.

kaartlezeres

Al een tijdje was ik op zoek naar m'n favoriete kaartlezeres met daarin nog een geheugenkaartje. Al weken had ik haar niet meer gezien. Steeds gaf ik het zoeken op omdat ik afgeleid werd door dingen waarvan ik me er nu geen een meer kan herinneren. Vanmorgen was ik het zat. Ik wilde haar terug en zette een serieuze expeditie op touw. Zonder resultaat. Ik kon haar nergens vinden. Verdampt.

Ik legde me erbij neer dat ik haar de vorige keer ergens vergeten moest zijn. Voor de zekerheid vroeg ik het nog even aan Mariska. Er verscheen een veelbetekenende frons op haar gezicht, noemde wat plaatsen die ik al had uitgekamd, en… zei me tenslotte dat ze het ook niet wist.

Op dat moment kwam 'hij-die-alles-hoort' (Han) de keuken binnen: 'Heej! Ik heb wel eens wat wits onder de bank zien liggen wat van jou is, papa!' Tijdens zijn laatste woorden was hij al onderweg naar de bank. Hij ging daar plat op z'n buik liggen en trok na wat gegraai mijn favoriete kaartlezeres eronder vandaan.

strafregels

Omdat er mensen van tegengestelde richting kwamen, blokkeerden ze me de doorgang en moest ik even wachten. Het was daarom dat ik meebeleefde dat één van de drie dames een grote schoenendoos openhield en de twee anderen vroeg: 'Zijn dit hoerenlaarzen?'

Ik dacht dat ik mezelf verbeet, maar hoorde me vragen: 'Zijn het jouw laarzen?' -'Ja', antwoordde ze verbouwereerd. 'Ben jij een hoer?', vroeg ik onmiddellijk na haar antwoord. Haar gezicht vertrok naar iets dat het midden hield tussen vijandig en verbaasd. 'Nee', antwoordde ze. Aan haar stem was te horen dat ze in de gaten had waar ik naartoe wilde. 'Dan zijn het dus geen hoerenlaarzen!', concludeerde ik hardop terwijl ik me weer in beweging zette. Achter me hoorde ik haar en een van de andere dames lachen. De derde vond mijn tussenkomst maar niks.

Dus die derde dame vind ik stom. Aan haar laarzen was ook duidelijk te zien hoe ze haar geld verdient.

🙂

Yinthe

Sinds vandaag is Yinthe (Far Mill's Blue Moon) bij ons!

De foto hiernaast is van woensdag 20 maart.

knoeien (II)

Ben presteerde het wéér 43 om bij het ontbijt z'n drinken om te gooien. Er lag toevallig een vaatdoek op de tafel, en terwijl ik Ben in hoofdletters toesprak veegde ik de knoeiboel direct op.

Toen ik mopperend terugliep naar de keuken om het doekje uit te spoelen wees Han mij terecht: 'Hé papa! Nu hebben we helemaal niet gekeken wat Ben geknoeid had!'

 

Sally

Het gedoe met hond Sally maakt me verdrietig. We weten nog niet goed wat ze heeft, maar heel best gaat het nog niet. Als ik erbij nadenk wat met Sally begonnen is…

In de eerste plaats gaf ze Mariska een duw in de goede richting na haar buitenbaarmoederlijke zwangerschap. En daarna nog eens na het overlijden van Happy. De cursussen met Sally hebben, in een tijd dat we nooit meer dachten vrienden te willen, geleid tot nieuwe vriendschappen. Via de behendigheidswedstrijden naar mijn fotografie, en van mijn fotografie naar mijn inmiddels aan heel Haakswold wereldberoemde websites.

Het is gemakkelijk om het allemaal heel dramatisch te maken. Het is vooral indrukwekkend omdat het team Mariska en Bernard in zo'n korte tijd zulke stappen heeft gemaakt. Met Sally als aanjager.

Ik geloof niet dat ze met die bedoeling bij ons is gekomen; daar ben ik heel veel te nuchter voor. Alsof je zoiets moet geloven om te mogen of zelfs kunnen genieten. Onzin. Vind ik.

En mocht ik me hierin tòch vergissen, dan is het goede nieuws dat 'heel veel houden van' van een afstandje al gauw wat op bidden lijkt. 😉

Knoeien (I)

Han, Ben en ik zitten aan de ontbijttafel. De mannen eten hun broodje, en ik snij een foto uit 1936 bij voor mijn dagboek. Op die foto staat het ouderlijk huis van Mariska. Han en Ben vragen mij wat voor te lezen uit mijn dagboek.

Terwijl ik voorlees spelen ze wat met de snijmachine en de restanten van de foto, en in die strijd gaat het drinken van Ben over de tafel. Voor mij vaak een reden om in hoofdletters te gaan praten, maar… Han ziet mijn geduld en merkt op: “Ben heeft een vis geknoeid!”.

Tussen het knoeien en het pakken van de camera (kaartje zoek, batterijen leeg) is de vis wat uitgelopen tot Moby Dick, maar mocht Han ooit nog een Rorschachtest moeten doen, dan maak ik mij alvast geen zorgen.

Vergeetachtigheid

Wat afwezig liep ik van de trap naar de slaapkamer. M’n broekspijpen schraapten over de vloerbedekking, en mijn hakken stommelden op de vloer. Dat geluid kende ik van vroeger: Als ik voor straf op mijn kamer zat en mijn vader kwam naar me toe om het uit te praten, dan kondigde zich dat zo aan. Ik stelde vast dat ik de tred van mijn vader heb, en dat ergerde me. Vaak vind ik het aardig dat hij van zich laat merken, maar op dat moment vond ik dat niet.

Ik liep onze slaapkamer in en ik was inmiddels vergeten wat ik daar wilde doen (dat heb ik dan weer van m’n moeder). Zonder m’n best gedaan te hebben om te herinneren liep ik weer naar beneden. Ik plofte op de bank om in mijn dagboek te schrijven, en toen wist ik het weer: mijn dagboek lag op mijn nachtkastje.

Weer onderweg naar boven verzon ik de grap over het herinneringsvermogen van mijn moeder, en weer beneden op de bank schrijf ik deze regels. Regels die door de tred van mij en mijn vader een compleet andere inhoud hebben gekregen dan de bedoeling was. Dat besef heeft inmiddels mijn ergernis opgelost.

Maar wat ik nou aanvankelijk toch wilde schrijven..?