contrast

[..]

Lunchpauze. Mijn hoofdpijn wil naar buiten, en ik wil mee. Frisse lucht. Bewegen! Een ommetje door het centrum van Amersfoort. Grieperig. Een vrouw lopend uit tegengestelde richting kijkt vlak voordat ze me passeert met een snelle beweging op haar horloge. Een reactie om een klap af te weren onderdruk ik net op tijd. Niet alleen grieperig, maar ook zo gespannen als een snaar dus. Al een paar uur neem ik mezelf niet heel serieus meer. Veel van vandaag ga ik vergeten, en veel onbenulligheden ga ik onthouden. Op dagen als deze lijkt het alsof ik mijn herinneringen alleen kan lezen wanneer ze worden beschenen met een zaklamp. Ik heb daar vrede mee, al zou ik liever zelf degene zijn die de zaklamp vast heeft. Niet heel grieperig dus, want ik ben het me bewust. Het lopen doet met goed; ik kom wat bij en voel me wat minder wereldvreemd.

Mijn favoriete boekwinkel. Ik loop naar binnen en struin langs de kasten. Mijn oog valt op een klein boekje. Ik pak het, lees de titel, de titel pakt mij, en ik leg het boekje terug. Om erger te voorkomen loop ik de winkel uit. Terug bij af. Ik voel me ellendig. M'n wereld lijkt nog kleiner geworden dan toen ik mijn ommetje begon.

Mijn hersens werken krampachtig om te achterhalen hoe het mogelijk is dat zes woorden zo'n impact hebben. Als een toverspreuk. Ik geef de schuld aan mijn gestel, maar ik zie ook in dat zes woorden een heel verhaal vertellen. Een slecht verhaal, al zal het gerust goed geschreven zijn. Met geen mogelijkheid lukt het me het zo te draaien dat er iets vrolijks uit voortkomt. Mijn gedachten laten zich ook niet wegsturen met de smoes dat het verzonnen is. Terug op het werk kijk ik op internet om te zien of het misschien vertaald is. Een onaangename gedachtegang; alsof het dan minder erg zou zijn. Het boek blijkt niet vertaald.

Met grote inspanning herneem ik mezelf en ga aan het werk. Het contrast tussen 'Rapportage week 38' en 'Niet schieten, dat is mijn papa!' valt me zwaar. Loodzwaar.

[..]