Berichten

wipkip

Een week of wat geleden werd onze favoriete -want enige- haan (zo'n echte, zo groot als een tuinstoel) leeggegeten door een buizerd (zo'n echte, zo groot als een tweezitsbank). Een verhaal apart, maar dat is voor een andere keer. Waar het nu om gaat is dat in datzelfde weekend dat de haan doodging, er onder moeder kip dertien kuikens uit eieren kwamen.

Alle dertien kuikens leven nog. Ik vond het wat spannend, maar blijkbaar had moeder kip genoeg melk. Ze zitten veilig in één van de paardenstallen, onder een rode lamp (want wipkip, zie foto). Aan een grote overdekte ren wordt, hoewel langzaam, gewerkt.

Waarom ik hier nu pas over bericht, en niet een paar weken geleden? Omdat ik het even moest verwerken: Kippen komen dus uit eieren. Ik dacht dat ze geplukt werden; dat las ik ooit eens als klein jongetje in een boek van mijn moeder.

En ik vraag me dan toch af wat ik nog meer niet begrepen heb…

diep-groen

Station Meppel. Twee vrouwen op ongeveer de laatste dag van hun middelbare leeftijd. Ze keken op een A4-papiertje. Ze hielden dat wat omhoog, waardoor ik door de achterkant kon zien dat het ging om twee alinea's met grote letters. Ze lazen allebei aandachtig. Leuk!, zei de één toen ze het uit had. De ander kende de tekst al, en wachtte op deze reactie. Ja, leuk hè?, reageerde ze.

-Echt héél leuk!
Ja!
– Nou, goh! Wàt leuk!
Ja, ik vond het echt heel leuk!
– Dat kan ik me voorstellen!
Ja toch?
– Wat ontzèttend leuk!

Dat ging zo nog even door, waarna het papiertje zorgvuldig werd opgevouwen en weggeborgen.

Tijdens dit gesprek draaide ik een sjekkie. Onwillekeurig keek ik rond op zoek naar de blik van pa. Een fractie van een seconde zag ik hem; hij likte net z'n sjekkie dicht. Hij keek mij aan over z'n bril, knikte met z'n hoofd naar de twee vrouwen, duwde z'n onderlip naar voren en zei zonder geluid dat hij het ook héél leuk vond. Ik werd overspoeld door heimwee. Afwezig likte ik m'n sjekkie dicht en rookte deze, vechtend tegen opkomende tranen, half op. Het is weer april, bedacht ik me met een glimlach toen ik m'n halve peuk in de rookpaal mikte. Op dat moment verloor ik het gevecht, en liep met m'n gezicht afgewend van de mensen op het perron naar een eind verderop.

Bij ieder gevoel van lente heb ik toch nog altijd ook een gevoel van herfst. Ik vind dat niet erg, want zonder te liegen is daar nu eenmaal niets aan te doen; ik mis die man gewoon enorm.

Vandaag, 24 april, zou het de trouwdag van mijn ouders zijn. 26 April is zijn sterfdag. 28 April was zijn verjaardag. De natuur loopt uit, net als toen. Inmiddels kan ik daar echt wel weer van genieten, dat de natuur steeds groener wordt.

Diep-groen

Dat dan nog wel.
 

buienradar

Vanmiddag zag Han op de buienradar dat het bij ons regende. Precies op een moment dat de zon hier volop scheen. Het was wat zorgelijk dat hij meer waarde hechtte aan wat op de buienradar zag, dan wat er zich aan de andere kant van het raam afspeelde. Het regende dus.

Dit moet het management-syndroom zijn. Met een beetje geluk voor hem gaat dat nooit meer over, en komt hij later ergens in een Raad van Bestuur terecht. Met een beetje geluk voor ons is het tijdelijk, en leert hij snel dat wat op een beeldscherm of papier staat vaak maar een matig aftreksel is van wat er in de echte wereld gebeurt. Spannend!

klik!

Han doet z'n best om de reclame uit z'n YouTube-tekenfilm te klikken. Heel goed natuurlijk: onzin moet je wegklikken. Altijd en overal.

Dag lieve Kaelie!

Gisteravond besloten wij met groot verdriet Kaelie in te laten slapen. Vandaag voegden wij met nog veel groter verdriet de daad bij het woord.

Volgens Ben hoeven we daar niet verdrietig om te zijn: Kaelie wordt immers, net als Poekie, een hele mooie ster. En zo is het natuurlijk: Ergens waar een groep sterren bijelkaar staat is de ster die er rondjes omheenrent Kaelie! Zonder pijn – die is nog hier. We verdelen haar dapper.

Hoogslaper

Zoon Han heeft een hoogslaper, en iedere avond slinger ik hem erin. Prachtig! Dikke pret! Op een gegeven moment houdt zoiets op, natuurlijk. De vraag hoe dat zal gaan intrigeert mij al tijden.

Waar het om gaat is dat ik met mezelf heb afgesproken dat dit in bed slingeren gaat stoppen omdat Han er genoeg van heeft, en niet omdat Han voor mij te zwaar wordt. Dat leek me ook goed waar te maken. Immers – als ik dat nu iedere avond doe, dan kan hij toch niet van het ene op het andere moment te zwaar zijn? Dat moet toch goed blijven gaan?

Vandaag heb ik geleerd dat het universum ook hierin voorzien heeft: De afgelopen weken moest Han, vanwege mijn gescheurde tussenwervelschijf, zelf klimmen. Hij vroeg het iedere avond, maar pas vanavond durfde ik het weer aan. Het ging. Moeizaam. Geen pijn, maar Han voelde zwaar. Ik zal voortaan een tandje bij moeten zetten. Dat ga ik doen, en desnoods zet ik straks ook zijn melktandjes bij.

Maar ik besef dat ik met mijn halsstarrigheid het over me afroep dat ik over een tijdje een pluisje van de vloer oppak, waarna ik maanden gestrekt lig.

Hernia.

Na mijn herstel zal dan blijken dat Han voor mij te zwaar geworden is. Een groot verdriet. Wat zeg ik dan tegen Han? Dat z’n stoere papa toch een slappeling is? Een watje?

Natuurlijk niet – eerlijkheid duurt immers het langst.

Het is omdat mama niet goed gestofzuigd heeft!

traditioneel roken

De lunch van vandaag: brood met 'traditioneel gerookte Yorkham' van de C1000. Ik probeerde ergens te vinden hoe dat ook alweer ging, dat 'traditioneel roken'. Daar is wat veranderd sinds de vorige keer dat ik ham at. Denk ik. Bij de ingrediënten las ik 'rookaroma'. Is het niet geweldig wat ze tegenwoordig allemaal kunnen? Nog even het het varken dat ze voor het vlees gebruiken is van schuimrubber. Met knor-aroma.

Nu weer aan het werk voor de baas. Met resultaat-aroma, want ik leer snel.

mama

mama

Op z'n 1708e dag schrijft Han zomaar 'mama' op een tekening. Mama glimt!

droom

Afgelopen nacht heb ik een idiote droom gehad. Ik was tekst aan het schrijven. En wàt voor tekst! Het ging over het vlechten en een rivier. De zin waarmee ik bezig was: 'Ik vlecht een rivier, maar al ik heb is …' Over het woord op de puntjes moest ik denken. Toen ik het woord gevonden had, bleek het een gouden zin. Ik had het gevoel dat ik kon stoppen met werken; dat idee. Het was werkelijk ge-ni-aal. Maar ja – het woord dat het 'm deed is tussen slapen en waken verloren gegaan. Een groot verdriet.

pen

Regelmatig vraag ik mij als zoon af van wie ik bepaalde dingen heb. Vaak krijg ik daar geen antwoord op. Vanavond maakte ik mee dat ik het antwoord kreeg nog voordat de vraag in mij opkwam. Prachtig! Een citaat uit het dagboek van mijn vader, van woensdag 11 juli 1984:

Na een picknick op de parkeerplaats besloten we op zoek te gaan naar Grotte de Font-de-Gaume waar prehistorische schilderingen zijn. Helaas bleek deze volgetekend voor die dag.

(..)

Ik neem een slok Drambuie en geniet nog wat na. Proost ouwe! Ik heb jouw Parker! 😉

Windmolen

Gisteren was Han thuis en Ben naar school, en heb ik voor Han een windmolen van Lego gemaakt.

Vandaag is Ben thuis en Han naar school. Van Ben moesten de wieken van de molen groter, en het moesten er vier worden in plaats van twee.

Voor een blij gezicht van Ben moet soms hard worden gewerkt. Het Lego-motortje rookt er bijna van.

 

Zomer in de winter

Boer Han en boer Ben. In een tijd dat het gras zachter was dan het erf, buitenkranen nog water gaven, en zout alleen over het eten ging. Voor hun toch alweer meer dan een kwart leven geleden. Vandaag hebben we voor beide mannen schaatsen aangeschaft. Volgens henzelf kunnen ze al heel goed schaatsen, waarmee het bestaan van een vorig leven maar weer eens bewezen is. Ze hebben zin om ze te proberen: Beter een hoge Noor dan een lage Shetlander, nietwaar?