Naar Noordwijk (II)

[..]

Het laatste stukje van de bushalte naar ons huisje aan de Koninging Astrid Boulevard moesten Han en ik lopen. Han was moe van de lange reis. Op een gegeven moment bleef hij wat achter. Ik draaide me om, en zag hem twee grote dennenappels oprapen. Hij riep dat hij die mee wilde nemen. Dat vond ik geen goed idee. Waarschijnlijk omdat ik vermoedde dat we verkeerd waren gelopen, en omdat ik dreigde te bezwijken onder de last van twee zware tassen. Han legde ze terug, rende naar mij toe, hield plotseling halt, en raapte een andere, wat kleinere dennenappel op. Hij vroeg mij of hij er dan ééntje mee mocht nemen. Ik realiseerde me de onrechtvaardigheid van mijn vorige antwoord, en stond het toe.

“Die is dan voor jou, papa! Vast voor je verjaardag!”

M’n tassen waren ineens niet meer zwaar, en op mijn schouders ontdekte ik nog plaats voor Han. Als nieuw klom ik met Han op mijn nek de duinen over. Een paar minuten later zag de kleine man zag voor het eerst in z’n leven de grote zee.

Net iets eerder dan ik.

[..]