Bijna jarig

Een jongetje in bad. Met helm en waterfluitje. Hij is net jarig geweest.

‘Jan! Kom eens met het fototoestel!’
-‘Pahie! pahie! Hier komt Jan met het fototoestel!’
Zo zal het zijn gegaan. Ongeveer.

Het jongetje op de foto heeft de tijd, en de tijd heeft inmiddels de Jan die de foto maakte. Morgen is het jongetje weer jarig. Hij wordt 39. Er is veel veranderd intussen. Hij heeft zelf twee jongetjes. Bijvoorbeeld. Ze zijn net zo oud als het jongetje op de foto. Ongeveer.

Er zijn ook dingen hetzelfde gebleven. Het jongetje is nog altijd dol op chocolade. Bijvoorbeeld. En hij weet nog steeds niet wat hij later worden wil.

Niet eens ongeveer.