Afkeer

Mariska heeft een cake gebakken. Han en Ben likken de gardes af.

‘Han, Jezus bestaat toch niet?’ vraagt Ben.

-‘Nee.’ antwoordt Han zonder aarzeling.

‘Vind jij God stom?’ vraagt Ben door.

Han geeft niet direct antwoord. Benieuwd of er toch nog een antwoord komt hou ik me geheel afzijdig. Het volgende moment zijn ze met hun hoofden weer bij belangrijker dingen: de gardes. Die bestaan in ieder geval, en ze bevredigen bovendien.

Ik probeer me te herinneren. Een makkie. Van alles wat me van de basisschool is bijgebleven staan de bijbelverhalen met hoofdletters in mijn geheugen geschreven: over uitgestoken rechterogen, iemand die op een paal gespietst werd, het verhaal van de schenker en de bakker, de tien plagen, etc. Nachten heb ik wakkergelegen; totdat ze eindelijk die rot-woestijn uit waren. Ik hàd er een afkeer van, en ik hèb er een afkeer van.